ES & Co: Ouderwets

Veel vrouwen geven aan dat ze het ook als beledigend ervaren als een ‘goede vriend’ hun opeens seksueel benadert. Het voelt als een soort verraad van de vriendschap die in de loop der jaren is ontstaan en het roept veel vragen op over de oprechtheid van die vriendschap.

Nou zeg ik al heel lang dat vriendschap tussen man en vrouw een illusie is. Illusie is misschien een verkeerd woord. Het is mogelijk een soort van vriendschap te hebben met een man maar dan op gepaste afstand.
Gaat ES hier nou verkondigen dat de ‘ouderwetse’ gepaste afstand tussen man en vrouw weer ingevoerd moet worden?
Nee, maar het zou wel wenselijk zijn.
Er is de laatste tijd een tendens om een eventuele partner eerst goed te leren kennen.

Ik weet niet wanneer de eerste online datingsite is ontstaan, waarschijnlijk rond 2004, maar ik weet wel hoe verbaasd ik was toen de vader van mijn kinderen drie weken nadat we uit elkaar waren riep dat hij al ‘een ander’ had.
Natuurlijk hoopte hij op een emotionele uitbarsting, maar mijn reactie was meer van nieuwsgierige aard. Een beetje besmuikt liet hij los dat er een site op internet bestond, waar je laagdrempelig iemand kon ‘scoren’.
Het was voor mij iets onvoorstelbaars.

Ik dacht aan alle liefdes in mijn leven waar soms maandenlang ‘aanlooptijd’ bij kwam kijken, voordat de eerste kus werd uitgewisseld.
Nieuwsgierig als ik ben ging ik op zoek naar ‘die site’ en schreef me in. Toen was er nog maar één en een grappig detail is dat ik daar familieleden aantrof waarvan ik nooit had verwacht ze daar te vinden.

Het is niet te beschrijven wat er toen gebeurde. Waar voorheen maanden overheen gingen om één iemand te leren kennen, kreeg ik nu in een paar uur tijd de hele doopceel van tientallen mannen ineens. (Toen nog tenminste, inmiddels is iedereen blasé en moe geluld en beperkt zich tot: Hé, hoe is het?)
Als schrijfster in de dop was het een Luilekkerland. Al die verhalen, de levensbeschrijvingen en emoties van het andere geslacht gaven me een gelukzalig gevoel, een soort euforie. Mijn nieuwsgierigheid draaide overuren.
Hoe makkelijk werd het om in andermans verhaal te stappen, je eigen leven even opzij te zetten en je virtueel te verplaatsen, zoals ik voorheen alleen tijdens het lezen van een boek had ervaren.
Veilig achter mijn computer ontdekte ik dat mannen ook maar mensen zijn, maar algauw drongen de meesten aan op een fysieke afspraak.

Inmiddels zijn er legio sites, voor ieder wat wils. Het is de afgelopen jaren heel normaal geworden om fysiek af te spreken na het uitwisselen van luttele gegevens. Het afspreken varieert van een drankje, samen eten, bioscoop tot letterlijk gelijk bij elkaar thuis met een duidelijke ‘insteek’.

In de afgelopen tien jaar is men gewend geraakt dat het ontmoeten van nieuwe mensen, of het scoren van een avontuurtje, een minnares/minnaar, een nieuwe partner of anders… een fluitje van een cent is. Velen zijn het moe, de chatsessies, de schone schijn, de vluchtigheid.
Voor mij lijkt het of het gros van de vrijgezellen verlangt naar het ouderwets investeren, het rustig opbouwen van een band, échte gevoelens en een diepe behoefte aan vertrouwen krijgen in de ander.

In vroegere tijden heette dat in eerste instantie verkering en daarna volgde een ‘verlovingstijd’. Al met al nam dat soms twee jaar of langer in beslag en om in die tijd je anders voor te doen, was redelijk onmogelijk.

Het leven is sneller geworden. Ons brein is in staat sneller te schakelen, maar in de liefde is dat misschien niet zo zinvol.
Ik spreek nu misschien met bovenstaande mijn eigen column – Over de datum – tegen.
In die column ervaar ik het, en veel vrouwen met eenzelfde ervaring, als beledigend als een goede vriend na jaren vriendschap onverwacht seksuele toenadering zoekt. Het was tenslotte een vriendschap, geen verlovingstijd!

‘Het is de toon die de muziek maakt’. Als een man of vrouw van een langdurige vriendschap een relatie zou willen maken is het wenselijk om ‘je vriend of vriendin’ niet te overvallen met seksuele voorstellen. Je zult helaas van voor af aan moeten beginnen en ‘je geliefde’ voor je moeten winnen.

Wat mij betreft is het gewoon weer tijd voor ouderwetse etiquette en duurzaamheid, in plaats van ‘het groffe graaiwerk’.
Ouderwets? Misschien.

Maar kijk naar de mode, oldtimers, de seizoenen, eb en vloed, groene zeep, zegeltjes sparen, kippen houden, een moestuin aanleggen, kleding en kleedjes haken etc…
Alles wat goed is, komt uiteindelijk weer terug.

ES & Co: Goed spul (2)

De volgende ochtend sta ik nog vroeger op vanwege de 20 minuten olie trekken. Vol verwachting stop ik een eetlepel lijnzaadolie van een koude persing in mijn mond. Normaal gooi ik deze door de salade. De eerste vijf minuten gaan prima. Ik trek, duw en pers het goedje langs mijn tanden. Na zo’n zeven minuten komt de weeïge smaak van lijnzaad goed tot zijn recht. Het doet mij denken aan een mondvol sperma. Dat kon ik toen rap doorslikken, in tegenstelling tot dit spul. Na een klein kwartier krijgt een braakneiging de overhand en moet ik vluchten naar het toilet. De uitgespuugde olie ziet helaas niet hagelwit. Kak, niet lang genoeg getrokken. Dit betekent dat er dus nog veel afvalstoffen in mijn mond herbergen. De gore smaak van de olie gaat na drie keer tanden poetsen ook niet weg.
‘Godgloeiendegloeiende.’ Denk ik. Ik blijf wel een dame natuurlijk.

Die lijnzaadolie gaat het niet worden. Ik stap over op kokosolie en scoor een goedkope pot bij de plaatselijke toko. Drie euro voor 500 gram witte pasta. Ik kan bijna niet wachten tot het weer ochtend is, zodat ik kan gaan spoelen voor een gezond lijf. De wekker staat inmiddels op 05.30u. Gezondheid is afzien.
Buiten is het donker en binnen is het koud als ik een eetlepel harde kokosolie in mijn mond prop. Moeizaam kauw ik hele brokken weg en ga ondertussen maar iets leuks doen. Zoals ontbijt maken. Wat ik pas mag consumeren op mijn werk aangezien er een half uur moet zitten tussen trekken en eten. Ik wordfeud wat, hay day een beetje en lees de Telegraaf.
‘Negeer die harde brokken, negeren die hap, tis goed voor je,’ spreek ik mijzelf moed in. Na een paar minuten wordt de olie vloeibaar en smaakloos. Mijn speekselklieren draaien wel overuren. Zou dat een goed teken zijn? Een slikreflex moet ik onderdrukken. Wederom trek en duw ik naar hartenlust. Met moeite houd ik het 20 minuten vol en ren naar het toilet om het resultaat te bekijken. Wit, heel licht schuimend! Yes! Ik zwaai de bacteriën vaarwel en ga mijn tanden poetsen. Verbeeld ik het mij nu of worden mijn tanden al witter?
‘Je hebt anders nog steeds een ouwe kop.’ Ah, mijn spiegelbeeld is ook wakker.
‘Wacht maar. Ik spreek jou nog wel. Eens kijken of je over een week nog zo’n grote bek hebt,’ dreig ik en zet een allerliefste glimlach op. Ja hoor. Ik zie toch echt een wit, glad gebit. Tevreden over dit fantastische resultaat steek ik mijn tong uit naar mijn spiegelbeeld en gooi snel het licht uit. Die witte waas trekt vast nog wel weg.

’s Avonds toon ik trots mijn mooie tanden aan Pierken.
‘Goed hoor, lief. Ga je vanaf nu iedere ochtend echt om half zes je nest uit?’
Wat een vraag! Ik heb eindelijk het licht gezien en dat door slechts 20 minuutjes per dag afzien. Daar sta ik met liefde midden in de nacht voor op. Trouwens, als die vette, harde brokken olie eenmaal vloeibaar worden in de mond is het príma te doen! Pierken heeft echter ook zijn huiswerk gedaan.
‘Lieverd, is dat wel de goede kokosolie? Moet het geen biologische zijn?’
‘Ach, dat maakt toch niet zoveel uit? Toch? Toch!’ Dit wil ik helemaal niet horen, maar de twijfel slaat toe. Wat als ik de verkeerde olie heb gebruikt? Die witte streep op mijn tong had ik eerder niet. Dacht ik.
Al googelend op *naam van de kokosolie en olie trekken* kom ik op een forum waar meerdere mensen met hetzelfde dilemma worstelen. Is deze kokosolie geschikt voor oil pulling? Een bevredigend antwoord blijft uit.
De volgende ochtend neem ik het zekere voor het onzekere en besluit een dagje trekken en duwen over te slaan. De wekker gaat vier keer op repeat.
Bij een reformwinkel koop ik biologische olie. Een tientje voor 200 gram. De dagen daaropvolgend spoel, trek en duw ik. Die harde stukken in mijn mond blijven vervelend, maar de smaak van echte kokos én de wetenschap dat ik goed bezig ben maakt veel goed. Oké, een beetje. Na vier dagen vind ik 10 minuten spoelen per dag lang zat. Het aantal bacteriën zal nu toch wel flink gereduceerd zijn.

Het weekend blijkt een obstakel te zijn. Romantisch ontbijten op bed zit er niet meer in. Ik ben 10 tot 20 minuten lang niet aanspreekbaar vanwege een mondvol bacteriën. Na twee weken acht ik mijzelf gezond genoeg. Kokosolie is ook heel goed geschikt om in te bakken. Of om je haar mee te stylen. Voldoet prima als biologische nachtcrème. Ja, wat mij betreft komt die pot best leeg. Ik heb trek in wijn en een vette bek in de vorm van patat. Op de hoek zit een Gall en Gall. Daar trek ik drie flessen rosé uit een rek. Het water loopt in mijn mond.
Die avond lig ik op de bank, de tv staat aan en ik zucht verheerlijkt tegen Pierken:
‘Die rosé, hè. Das pas goed spul!’

ES & Co: Statiegeld Non Grata

‘Nee.’
‘Nee, hoor.’
‘Nope.’
Dit zijn mijn antwoorden op de routinematige vraag van de Aldi- kassière of ik nog lege flessen heb ingeleverd bij het afrekenen. Normaliter koop ik namelijk nooit frisdrank. En zeker niet bij deze winkel. Tot ik toch eens ga kijken bij de leeggedronken wijnflessen die in onze schuur staan. Uit een soort van laksheid gooien we die altijd in een verhuisdoos. En warempel, er ligt zowaar een Aldifles tussen. Een gehavende anderhalve liter fles bronwater van een duur ogend merk, maar wat ongetwijfeld zo rond de 40 cent heeft gekost.

Verheugd dat ik eindelijk eens een positief antwoord kan geven bij het afrekenen taai ik af naar de supermarkt. Nadat ik een lange rij bij de kassa heb getrotseerd, bedenk ik mij dat de desbetreffende fles nog ingeleverd moet worden.
Godgloeiende, met een volle winkelwagen moet ik mijzelf terug manoeuvreren uit de rij naar de flesinleverautomaat. Waar staat dat kreng? Oja, natuurlijk dicht bij de kassa’s. Hoppa, daar gaat ie. Door de deuken in de fles moet ik hem drie keer teruggooien in de koker. Maar dan heb je ook wat. ‘15 cent retour’ geeft de display aan. Ik druk op ‘bonnetje’ en laat het papiertje uit mijn handen vallen. Door de airconditioning waait mijn statiegeld op de kratrail die direct daarop in werking treedt. Buitengewoon goed afgesteld op gewicht blijkbaar. Mijn bonnetje verdwijnt dus op de lopende band in het niets. Ik grijp als een debiel kansloos in het luchtledige en een blonde dame op hoge hakken die achter mij flessen wil gaan inleveren lacht mij toe.
‘Nounou, das pech hebben, zeg. Fijne dag nog.’
Ja, jij ook, kut, denk ik bij mijzelf en glimlach allervriendelijkst naar haar.
‘Och, tis maar geld, hè.’ Alsof ik niet gebrand ben op elke cent die ik terug kan vorderen. Ik ga niet voor niets naar de Aldi.

Nu kan die 15 cent mij niets schelen, maar het gaat mij om het principe. De Aldi verkoopt helemaal niets in kratten, dus die optie bij de inleverautomaat is volledig overbodig. Alle flessen zitten verpakt in plastic en het bier in wegwerpblikken. Waarom dan een krat-inlever-optie? Die als lopende band al gaat werken als er een mug op landt?
‘Heeft u nog lege flessen ingeleverd?’ Na opnieuw een hele poos in de rij te hebben gestaan ben ik niet echt amused.
‘Jazeker, ik heb een fles ingeleverd.’
‘Mag ik dan het statiegeldbonnetje?’
‘Natuurlijk. Loopt u maar even mee.’
‘Uhm? Hoe bedoelt u?’
‘Wilt u even meelopen of anders een collega roepen om mijn bonnetje te traceren? Die ligt namelijk in de opslagruimte van de niet bestaande kratten die jullie verkopen.’

Dat wil ze niet en gezien de lange rij klanten achter mij kan ik er nog begrip voor op brengen ook. Ik heb het erbij gelaten en met een groots gebaar de 15 cent geschonken aan degene die aan de andere kant van de loopband stond. Zijn of haar dag zal weer goed geweest zijn. Uit betrouwbare bron heb ik namelijk vernomen dat Aldimedewerkers niet al te best betaald worden. Mijn bronwater haal ik overigens voortaan gewoon uit de waterkraan. Statiegeld geen. Beter.