Blog: Na-apen

Al jong kwam bij mij de drang tot creëren naar boven. Ik weet nog precies hoe dat voelde. Een drang gelijkend op de wens om iets eten, te drinken, of te plassen. Je denkt er niet over na, maar opeens – terwijl je misschien druk bezig bent met huiswerk, of een klus – komt die drang opzetten. Het is een hele sterke golf die alles waar je mee bezig bent overspoelt, waardoor je opstaat en ‘automatisch’ een glas water gaat drinken, een appel of broodje pakt, naar het toilet loopt.
In het geval van de creatieve drang wordt je hand gestuurd om een pen of potlood te pakken en iets te tekenen, of een gedachte, een woord, een idee te vangen.
Misschien juist als je bezig bent met zaken die niet al je aandacht vergen, een routineklus, of omdat het gewoonweg stomvervelend en saai is, komt de creatieve honger opzetten.

Als kind tekende ik veel. Schrijven deed ik in het geheim. Ik werd door school richting Rietveld geduwd, maar na één jaar hield ik het voor gezien. Het besef dat ik ‘niet goed genoeg’ was kwam binnen, dus had het voor mij geen zin om te proberen in de Schone Kunsten mijn geld te verdienen.
Twee jaar geleden heb ik het schilderen weer opgepakt en hoe leuk ik het ook vind, nog steeds zit mijn ratio mij in de weg. Dat wat ik in mijn hoofd voor mij zie, lukt me niet om te maken. Ik heb in die periode ongeveer dertig ‘objecten’ gemaakt, waarvan er maar één ‘perfect’ is. Helaas kun je bij kunst niet tot in het oneindige blijven ‘pielen’. Het papier gaat stuk, de verf droogt op. Het is ook een heleboel gedoe; goede kwasten, dure verf, veel schoonmaken en opruimen na elke sessie.

Schrijven is simpel. Clean. Een laptop, of een schrift en een pen. Veel lezen.
Op veertienjarige leeftijd las ik het dagboek van Anaïs Nin, en ik was onder de indruk van haar shockerende eerlijkheid in haar schrijven. Tot die tijd bleef ik in het schrijven aan de oppervlakte, met hier en daar misschien een emotionele noot.
Na het boek van Anaïs, ging ik bewust op zoek naar méér ‘rauwe’ schrijvers; ik wilde leren net zo puur te schrijven over alles wat er in een mens omgaat; zowel extern als intern.
Ik ben niet zo goed in nadoen, ik geef er toch altijd weer mijn eigen draai aan, maar het feit dat ik nu schrijf komt wel degelijk door alle schrijvers die ik heb bewonderd, en misschien op een bepaalde manier heb geprobeerd te kopiëren.

Leren blijf ik altijd, toch heb ik inmiddels een eigen signatuur. Schrijven is voor mij de meest pure en ‘gemakkelijke’ manier om mijn creatieve honger te stillen. Bijna elke dag komt die drang naar boven, net zoals eten, drinken, slapen maar niet elke dag kan ik mijn honger vervullen. Het is namelijk een soort vraatzucht. De verzadiging blijft maar even, maar het verlangen naar meer ligt altijd op de loer. Lezen, nadenken, observeren en fantaseren zijn mijn brandstof; schrijven is het voertuig dat mij overal brengt.

Blog: Reclamemoe

Het is ongeveer zes weken dat de Stem voor lezers beschikbaar is. Deze keer heb ik geen lanceerfeestje gegeven. Ik ga nog wel een feestje geven, maar lanceren is er niet bij. De Stem is de ruimte al ingeslingerd.
Ik ben geen debutant. Wat ik mij herinner is dat de vorige keer rond deze tijd een soort vermoeidheid optrad, die nu weer dreigt. Dat is ook logisch. Je kunt maar ‘X-tijd’ trots en blij zijn, het van de daken schreeuwen – want dat ‘moet’ als je als schrijver gelezen wilt worden – dat iedereen je boek kan en mag kopen, lezen, downloaden.
Als niet gerenommeerde schrijver voel ik me na zes weken al een drammer, opschepper en paria. (Voor wie mij niet kent, neem dit met een snuf zout, al zit er een korrel waarheid in). Een boek is gewoon een product, en met ‘nieuwe producten’ moet je de consument overtuigen dat ‘het product’ een goede koop is. Dat men waar voor zijn geld krijgt, en dat het product bijdraagt aan de stijging van diens kwaliteit van leven, tijd, werk, vrije tijd, inzicht, of simpelweg een goed gevoel opwekt.
De meeste mensen haten reclames. Ik ook. Tegenwoordig kijk ik alleen maar Netflix, want zelfs als ik een film opneem, zodat ik de reclame kan doorspoelen, MOET IK ELKE KEER DE RECLAME DOORSPOELEN.
Dat dus.

Het is best lastig om manieren te verzinnen om een boek onder de aandacht te brengen als je nog niet eens zeker bent dat ‘het product’ gewild is, gewenst is of überhaupt iets bijdraagt.
Het is best lastig om ‘zogenaamd’ zelfverzekerd te verkondigen dat mijn product de moeite waard is maar om dat lang vol te houden is helemaal een crime.

De Stem is geen leerzaam boek, en als het nooit geschreven was dan had niemand, ook ik niet, het gemist. Dat geldt voor heel veel boeken. Er zijn teveel schrijvers en teveel boeken. Zo simpel is het.

Eergisteren ging ik met een lading – nog hele mooie – spullen naar de kringloopwinkel in Haarlem. Nadat ik alle kleding en ‘hebbedingen’ had overhandigd aan een hulpvaardige medewerker restte er een grote doos met kinderboeken.
‘Gooi die maar in één van die containers,’ zei de man.
Er stonden twee enorme containers die lagen volgestapeld met boeken. Niet netjes, maar gewoon op een wanordelijk hoop. Ik liep erheen en nam enkele boeken in mijn handen. Zo goed als nieuw, recent uitgekomen titels, gerenommeerde uitgeverijen als de Bezige Bij, Ambo, Aspekt. Literatuur, non-fictie…
‘Wat doen jullie hiermee?’ vroeg ik vol verbazing.
‘Het wordt opgekocht door een oud papier handelaar, 15 cent per kilo,’ zei de man met een uitgestreken gezicht.
Vol afgrijzen keek ik hem aan.
Ik nam een aantal boeken in mijn handen, bladerde ze door en rook aan het papier dat nog steeds de heerlijke geur van ‘nieuw’ had.

Ik heb mijn boeken niet in de container gedaan, en heb ze weer mee naar huis genomen. Het voelde bijna als een soort reddingsactie.
Mijn hart deed pijn bij het aanzicht van al die boeken, stuk voor stuk pareltjes; gedumpt in een container om afgevoerd te worden naar een soort vernietigingskamp.
Ik ben er nog door van slag.

Blog: Wel lekker

De reacties op mijn tweede boek, de Stem, zijn zeer positief en ik ben daar natuurlijk apetrots op. Toch blijft er altijd die twijfel…

Elke schrijver leest elke nieuwe recensie met versnelde polsslag, en jaagt door de tekst die een onafhankelijke ‘lezer’ heeft willen schrijven over jouw boek. De bloeddruk stijgt tijdens het lezen, en als er niets noemenswaardig negatiefs instaat haal je opgelucht adem; als er veel lovende woorden instaan dan geeft het een gevoel van euforie.

Ik ben altijd heel erg blij als een lezer de kern van ‘mijn verhaal’ eruit heeft gehaald, soms zelfs beter dan ik zelf kan verwoorden aangezien het boek ‘de Stem’ zelfs voor mij lagen heeft die uit mijn onderbewuste zijn voortgekomen zonder gecalculeerde intentie.Wat vooral opvalt aan veel recensies tot nu toe zijn de termen, verfrissend en origineel, spannend en eigenzinnig, anders en onvoorspelbaar en ingenieus en subliem. Mooier kan haast niet.  Toch zijn het termen, behalve de laatste twee, die ik tijdens mijn leven ook heb mogen horen over mijn persoonlijkheid. Ook een aantal negatievere, althans, zo heb ik die geïnterpreteerd als: ‘niet standaard, eigenwijs, tegendraads, rebels, op hol geslagen professor, mafkees…’

Het is bijzonder te merken dat het boek de Stem op dezelfde wijze wordt ‘beoordeeld’ als ik als persoon tijdens mijn leven.
Dat betekent voor mij dat ik blijkbaar in mijn schrijven óók een ‘eigen Stem’ heb, die vooralsnog als positief wordt ervaren, maar ‘het anders zijn’ is in het echt toch ook vaak als negatief ontvangen. Vandaar mijn twijfels als schrijver.

Wat betekent verfrissend bijvoorbeeld? Ik kreeg – een beetje flauw, ik weet het… – bij het woord verfrissend toch associaties met een nieuw soort deodorant, of een nieuwe smaak kauwgom…; De nieuwe Mentos ligt nu in de winkel: originele smaak en héél verfrissend! Is verfrissend positief, of is het een subtiele omschrijving van ‘een beetje gek’?

Ben ik soms een soort Rivella? Wel lekker maar een beetje anders…